Algemene bouw- en schilderbeschrijving

Afdrukken

INLEIDING

Voor u ligt een produkt van Artitec. Aangezien de Nederlandse markt voor scenery klein is en omdat steeds vaker blijkt dat modelspoor-fabrikanten moeite hebben voldoende afzet te vinden voor hun modellen naar Nederlands voorbeeld, heeft Artitec gemeend met een nieuw technisch concept te moeten komen.

 

Het nieuwe concept heeft veel voordelen:

 

1) De mate van detaillering is veel groter dan mogelijk is met de alom bekende spuitgiettechniek; Artitec is hierdoor in staat details exact op schaal te maken, zoals bakstenen, voegen, spijkergaten , houtnerven en scharnieren.

2) Bepaalde effecten vormen geen enkel probleem, zoals scheefliggende dakpannen, doorgezakte daken, onregel-matigheden in muren, niet haakse hoeken enzovoorts.

3) In het concept is gekozen voor bedrukte ramen, waardoor detaillering en schaal veel beter tot hun recht komen. Deze effecten en detaillering vormen het verschil tussen miniatuurmodellen en speelgoed.

4) De onderdelen zijn klein in aantal, dat bespaart tijd en het heeft als bijkomend voordeel dat kleine details niet meer gemonteerd hoeven te worden, waardoor minder lijmresten en naden te zien zijn. Als nadeel heeft het concept dat de achterzijde van de elementen bij de produktie onbewerkt blijven, waardoor het niet mogelijk is nokjes en andere hulpmiddelen aan te brengen die als functie hebben de pasvorm te verbeteren. Men zal dus wat meer moeten passen alvorens de onderdelen definitief vast te lijmen. Na enige oefening en enkele tips is dit echter geen probleem. Hetgeen velen van u als tweede nadeel zullen ondervinden is het feit dat de modellen ongeschilderd zijn. Dit nadeel kan echter worden omgezet in een groot voordeel als u wel gaat schilderen en tot goede resultaten komt. In vrijwel alle andere sectoren van de modelbouwhobby is schilderen een essentieel deel van het werk waaraan veel plezier wordt beleefd. Andere voordelen zijn dat u uw eigen kleuren kunt bepalen en uw eigen sfeer kunt uitbeelden. Doordat u met uw plastic voorgekleurde bouwdozen onmogelijk tot realisme kunt komen zonder deze te schilderen, biedt het zich eigen maken van schildertechnieken u de mogelijkheid uw al bestaande collectie modellen te verfraaien.

 

HET BOUWEN VAN HET MODEL

Let op ! Het is voor een ieder van groot belang de hierna volgende bouwbeschrijving door te lezen. De ervaren modelbouwers onder u zullen veel behandelde onderwerpen vanzelfsprekend vinden en deze willen overslaan, er staan echter enkele technieken in die nieuw zijn. Deze stap-voor-stap bouwbeschrijving is dus voornamelijk geschreven voor de wat minder ervaren modelbouwer. Gereedschappen en materialen De volgende gereedschappen en materialen bevelen wij u aan voor het bouwen van de modellen: scalpel mesjes met bijbehorende hefjes van Swann Morton of X-acto, schuurpapier korrel 80 of 100 en 220 of 240, een set sleutelvijltjes, secondelijm, hobbyplamuur van Revell of Tamiya, plakband en schaar. Voor sommige modellen bevelen wij u aan om een hobbyboormachine met bijbehorende boortjes te gebruiken, maar dat is niet persé noodzakelijk

Fase 1.
Voordat u begint te bouwen legt u de inhoud van de doos op tafel. Voor u liggen een aantal kunststoffen onderdelen, een bedrukt glasplaatje, een stuk styreen met daarop kleeffolie geplakt en eventueel een aantal geëtste onderdelen. Kijk op de bouw-tekening of alles compleet is en leg vervolgens alles behalve de kunststof delen terug in de doos. Het glas wordt pas in de eindfase geplaatst.

Fase 2.

De elementen worden nu van hun giet-vliezen ontdaan. Indien de gietvliezen te dik zijn om ze eenvoudig uit te breken, moet met schuurpapier (korrel 80 of 100) de onbewerkte achterzijde afgeschuurd worden. De achterzijde moet nu dusdanig geschuurd worden dat de vliezen vanzelf uit de raamopeningen vallen en/of totdat de zgn.”vuile rand” is weggeschuurd; dit is de rand die ontstaat bij het verwijderen van het vlies ( zie tek. 1). Oefen bij het schuren niet te veel druk uit, want dan ontstaan er scheve vlakken. Zorg dat het vel schuurpapier absoluut vlak ligt - zonder oneffenheden. Denk aan een stofmasker of schuur met water en “waterproof”-schuurpapier. Met ronddraaiende bewegingen wordt het onderdeel vervol-gens geschuurd. Het is verstandig een groot vel schuurpapier te nemen (zie tek. 2)


Fase 3.

Als de elementen op deze manier zijn voorbereid, kan het echte bouwen beginnen. Werk volgens de bouwtekening. Voordat een hoekverbinding wordt gelijmd, eerst zonder lijm passen en eventuele problemen verhelpen. Door de randjes die elkaar raken licht te schuren met schuurpapier met korrel 220 of 240 ontstaat een betere lijmverbinding. Met licht schuren wordt bedoeld de glans eraf schuren; niet meer dan dat, omdat anders de pasvorm wordt aangetast. Als alles nu goed past, de lijmverbinding tot stand brengen door de hele contactrand dun met secondelijm in te smeren ( zie tek. 3 ). Opmerking: indien onderdelen krom zijn getrokken, kunnen ze recht worden gebogen in heet water. Kleine kieren kunnen met modelbouwplamuur worden afgewerkt. Wees heel kritisch in het wegwerken van kieren; nu kan het nog. Als het model geschilderd is kan het niet meer.Bij het bouwen van een huis moet bij het plaatsen van het dak extra worden opgelet. Ook hier moet eerst “droog” worden geoefend. Plakband is hierbij een handig hulpmiddel. Nadat met behulp van plakband de dakhelften geplaatst zijn en is vastgesteld dat alles past, wordt één dakhelft weer losgemaakt; let op dat de andere helft goed op z’n plaats blijft ( zie tek. 4 ). De dakhelft wordt van lijm voorzien en teruggeplaatst. Uiteraard nog niet de nok van het dak vastlijmen aan de andere dakhelft. Hierna wordt de andere helft los-genomen, van lijm voorzien en geplaatst. Tenslotte worden schoorstenen, ove-rige details en eventuele geëtste onderdelen beves-tigd. Voordat de ramen worden geplaatst, wordt het model eerst geschilderd.

 

HET SCHILDEREN VAN HET MODEL

Over het schilderen en verouderen van modellen zouden we een boek kunnen schrijven, maar we zullen hier volstaan met een basisinstructie en enkele verouderingstips. Zoals al eerder is besproken, is het kunnen schilderen voor elke serieuze modelbouwer waardevol. Zoals het spreekwoord zegt: “schilders hand verbergt timmermans schand”. Oftewel met het schilderen valt of staat het model.

Verf en materialen
Om te schilderen heeft u weinig nodig: verf, terpentine, penselen, een multiplex plankje en een oude doek. Een airbrush is leuk, maar niet noodzakelijk (onze voorbeeld-modellen zijn zonder airbrush geschilderd).

Verf.
Een gouden regel in de model-bouw is: gebruik nooit glanzende verf, zijdeglans kan, maar wij adviseren alleen mat te gebruiken. (Op schaal ogen glanzende kleuren mat en in werkelijkheid ligt er altijd een dunne waas van vuil/stof over het schilderwerk.) Wij adviseren u de verven van Revell en Humbroll te gebruiken. De fabrikanten van deze verven adviseren u alvorens te beginnen het busje verf goed om te roeren. Wij raden u aan dat niet te doen maar als volgt te werk te gaan: haal met een stokje een klodder verf onder uit het busje en smeer dit op een multiplex plankje. Probeer zo min mogelijk olie -die meestal duidelijk zichtbaar bovenop de verf zit- te vermengen met de dikke, eigenlijke verf. Deze olie is meestal verantwoordelijk voor het glanzend worden van matte verven. Verdun nu de dikke verfklodder door met een penseel terpentine toe te voegen. Met dezelfde penseel mengt u vervolgens de verf totdat de verf smeuïg is. De verf is goed van dikte als hij goed dekkend is en lekker uitstrekt. De precieze dikte moet u al experimen-terend vaststellen. Het is verstandig om alles dat wij u hier vertellen uit te proberen op een oud “oefen”-model. Schilderen is niet moeilijk maar u moet er even het juiste gevoel voorkrijgen.

Mengverhouding
Op de instructie die u bij uw Artitec kit vindt, staan bij veel kleuren mengverhoudingen aangegeven. Hierbij hanteren wij een sterrensysteem dat als volgt kan wotrden gelezen:
* een beetje;
** gemiddelde hoeveelheid;
*** bovengemiddelde hoeveelheid.
Zo betekent 33***34* dat men veel van de witte kleur Humbrol 33 dient te mengen met een beetje Humbrol 34 zwart om zodoende een lichte grijs te verkrijgen.

Het schilderplankje.
Het plankje heeft twee functies: ten eerste trekt de nog aanwezige olie uit de verf in het plankje, ten tweede dient het plankje als mengplankje. Gebruik steeds hetzelfde plankje want naar mate er meer oude harde verflagen opzitten werkt het plankje beter.

De penselen
Misschien wel het belangrijkste voor goed schilderwerk zijn penselen. Ga nooit met een aftandse penseel aan de gang want u verknoeit uw werk ermee. Een goede penseel is niet persé een dure penseel; de goedkope Talens-serie 000, 00, 0 t/m 12, etc. voldoet over het algemeen goed, maar er zijn slechte exemplaren bij. Belangrijk is dat de vorm goed is ( zie tek. 5). U hoeft niet persé de hele Talens-serie aan te schaffen maar bijvoorbeeld alleen de oneven nummers. Op het moment dat de haren niet langer in een punt bij elkaar willen komen, is het tijd de penseel te vervangen. Door na gebruik de penselen met terpentine en vervolgens met zeep schoon te maken en ze daarna in vaseline te draaien, kunt u de penselen lang goed houden. Draai de haren van de met vaseline voorziene penselen tussen uw vingers in een punt ( zie tek. 5)


AAN DE SLAG

Het schilderen van het model.

Schilder eerst de grote vlakken, meestal zijn dit bij huizen de muren en de daken en bij schepen de romp en het dek. Neem voor de grote vlakken een grotere penseel. Hoe groter de penseel hoe minder strepen en dus hoe egaler het schilderwerk. Gouden regel: neem altijd de grootst mogelijke penseel voor het soort werk wat u gaat doen (dit kan dus ook een heel klein penseeltje zijn). Als de vlakken dekkend geschilderd zijn, kunt u het beste het model twee dagen laten doorharden. Als u niet zo lang wilt wachten verdient het aanbeveling aan twee modellen tegelijk te werken. Begin model twee te lijmen als model één aan het doorhardingsproces bezig is.

Het vervuilen van het model.
Nadat het model is doorgehard begint het verouderen. We behandelen slechts drie technieken, terwijl er vele tientallen technieken en variaties op deze technieken zijn. Echter met deze drie basis technieken bent u al in staat resultaten te halen die veruit superieur zijn aan de voorgekleurde modelbouwproducten.Voordat we schematisch de drie technieken de revue laten passeren eerst iets algemeens over het verouderen.Bij de keuzen die u gaat maken bij het verouderen van modellen spelen vele factoren een rol: de staat van onderhoud van het model, de leeftijd ervan enz. Eigenlijk kunt u het beste eens gaan kijken naar voorbeelden in de werkelijkheid. U zult dan ontdekken dat er bepaalde wetmatigheden zijn. Ook zult u zien dat er vele vormen van vervuiling zijn en dat bijvoorbeeld een oude muur een heel ander karakter heeft dan een nieuwe muur. Als een muur gekalkt is dan speelt niet langer de leeftijd van de muur een hoofdrol maar de leeftijd van de kalklaag.

De technieken die we gaan behandelen zijn:

1. de drybrush-techniek,

2. de vervuilde terpentine-techniek en

3. de tamponeer-techniek.

 

1: De drybrush-techniek.
Neem een wat grotere (oude) penseel en knip hiervan de haren af op een dusdanige manier dat er nog ongeveer 5 mm haar overblijft. Hierdoor wordt de penseel een wat stuggere borstel. Neem nu uit het verfbusje een klodder bijvoorbeeld witte verf en tip met het uiteinden van de haren van de “borstelpenseel” in de onverdunde verf. De kwast moet absoluut droog zijn. Vervolgens borstelt u de penseel op het plankje vrijwel droog. Borstel nu licht over de oneffenheden van het model. Er moeten nu witte sporen achterblijven op de oneffenheden (bijvoorbeeld de voegen). Als het model witte vlekken krijgt is de borstel te nat, ziet u geen sporen dan is de borstel te droog. Ook hier geldt weer: probeer deze techniek eerst uit op een oefenobject. Gaat het mis op uw echte object dan kunt u met terpentine de witte vlekken weer verwijderen. Nu zult u het nut zien van het laten doorharden van de ondergrond. Wacht niet te lang met het verwijderen van de vlek en wrijf ook niet te lang met een kwast of doek over de onderliggende verflaag, omdat hij uiteindelijk toch zal oplossen. Neemt de spoorvorming af dan moet u nieuwe verf aan de kwast doen en het ritueel herhalen. Nadat u dit een tijdje geoefend heeft zult u zien dat u tot goede resultaten zult komen. Het drybrush-werk moet ca. 1 uur drogen.

2: De vervuilde terpentine-techniek.
U neemt een grote penseel met normale haren en maakt deze nat met terpentine. Met de uiteinden van de haren tipt u eventjes in bijvoorbeeld groene verf en op het plankje mengt u de substantie. Hierna doopt u de penseel, waarin nu een groene verfoplossing zit, nog snel even in de terpentine en strijkt snel, in één keer, het hele vlak in met de verontreinigde terpentine. Zodanig dat het hele vlak vochtig is. Strijk niet te vaak over het vlak of de muur omdat anders de drybrush-sporen oplossen. De terpentine vloeit als het ware in en om de details en laat na droging een groenige aanslag na: algen. Als u met matte verf heeft gewerkt dan zal ook de aanslag mat zijn. Als de vervuilde terpentine een glans achter laat dan kunt u deze plek opnieuw met terpentine natmaken en vervolgens met een droge doek droogdeppen. Ook deze methode kan het beste op een oefenobject uitgeprobeerd worden. De droogtijd van de terpentine-techniek is ca. 1 uur.

3: De tamponeer-techniek.
Deze techniek is speciaal bedoeld voor gekalkte en aange-smeerde wanden. Het tamponeren begint pas nadat de wanden zijn beschilderd met de gewenste basis-kleuren. Doop een grote penseel die u bij de drybrush-techniek gebruikte in onverdunde verf (meestal witte of cement kleurige verf) en houdt vervolgens de penseel loodrecht op het object. Met het uiteinde van de haren stempelt u als het ware de hele wand. ( zie tek. 6 ).Als details die een andere kleur moeten hebben teveel verf hebben meegekregen door de tamponeermethode, kunt u de verf met een met terpentine bevochtigde penseel weghalen.

Het schilderen van details.

Nadat de grotere vlakken zijn verouderd, worden de details geschilderd. Grotere details met een grotere penseel, kleine details met een kleine penseel. Sommige details zijn makkelijk te schilderen, andere details zijn moeilijker. Een vaste hand is daarbij belangrijk. Voordat u nu denkt, ik heb geen vaste hand, onthoudt dan wel dat een vaste hand voor een groot deel op techniek is gebaseerd;

enkele tips:
houdt met één hand het object vast en met de hand-palm van de schilderhand rust u op een ondergrond (bijvoorbeeld een boek). ( zie tek. 7)Als tweede tip kunt u uw adem vastzetten (inhouden) bij het schilderen van fijne details. Ook nu krijgt u een vastere hand. Extra aandacht zullen wij nog besteden aan het moeilijkste onderdeel van het detailleren: de kozijnen en deuren van een huis. Bij het schilderen van kozijnen mag u de muur niet raken en bij het schilderen van de deuren de kozijnen niet.
Er zijn twee gouden regels:
1. Houdt het object in de goede richting en pas die richting steeds aan. Bij het schilderen van een kozijn zult u vier keer van richting moeten veranderen.
2. Begin te schilderen vanuit een hoek naar de volgende hoek. Pak dan hoek twee en schilder richting hoek drie enzovoorts ( zie tek. 8 ).Nadat de bovenkant van het kozijn is geschilderd, ga dan door met de binnenkant van het kozijn. Door een mooie scherpe penseel te gebruiken hoeft u de muur niet te raken ( zie tek 8 ). Het schilderen van de deuren gaat in principe hetzelfde als het schilderen van de kozijnen. Om het uzelf makkelijk te maken kunt u hier kiezen voor de mogelijkheid de binnenkant van de kozijnen dezelfde kleur te geven als de deur ( zie tek. 9). Eventueel kunt u nadat de details zijn doorgehard de details met de verouderings-technieken 1 en 2 verouderen. Hierdoor worden kleuren als het ware gedempt en wat meer “naar elkaar toe getrokken” wat het realisme bevorderd.
HET PLAATSEN VAN DE RAMEN
Nadat u geheel klaar bent met het schilderwerk, kan het glas geplaatst worden. Knip de glasvlakken uit langs de stippellijnen of direct rondom het gedrukte gedeelte als de ramen in ondiepe vlakjes moeten vallen. Zorg er voor dat de bedrukte kant naar boven ligt. Probeer nu eerst zonder lijm te gebruiken of de glasplaatjes ook werkelijk achter de wandjes passen. Met name de zeer kleine glasplaatjes die in verdiepte vlakjes moeten vallen, passen zeer precies. Hierbij moet u zich laten leiden door uw “modelbouw-timmermans-oog” en kijken of de randjes rondom overal even dik zijn ( zie tek. 10 ). Lukt dit niet dan zal er nog iets moeten worden afgeknipt. Lukt het wel dan kan het monteren beginnen. Gebruik enkele puntjes lijm en blijf zo ver mogelijk van het drukwerk vandaan en al richtend en kijkend plaatst u de raampjes op de goede plaats. Doordat u met lijmpuntjes heeft gewerkt (hierin verdampt de lijm iets langzamer) heeft u nog heel even de tijd wat te corrigeren, doch u moet snel handelen ( zie tek. 11 ). Laat het model met de open onderzijde naar boven liggen totdat de secondelijm is uitgedampt, omdat anders witte vlekken kunnen ontstaan op het glas. Mocht u dit niet aandurven dan moet u zelf uit afval-materiaal nokjes maken en deze -alvorens u het glas gaat plaatsen- tegen de binnenkant van de wandjes lijmen, zodat u een aanslag/zichtpunt heeft. De goede locatie vinden is even prutsen en van te voren passen maar het geeft wel zekerheid dat de ramen precies goed komen te zitten. De keus is aan u. Met de kleeffolie kunt u de gordijnen imiteren, door er banen van te snijden (+/- een halve cm breed) en deze tegen het glas te plakken. Ook kunt u gordijnen knippen uit catalogi die warenhuizen uitgeven. Wilt u het pand verlichten, beplak het dan aan de binnenkant met zilverpapier en zorg dat er geen kieren zijn. Tenslotte kunt u uit het bijgeleverde styreen plaatje alle gewenste onderdelen snijden waarmee u uw model verder kunt verfraaien of repareren.

 

Online

We hebben 168 gasten online